Een dag met zon overgoten.
Wapperende zomerjurken, losse haren. Krachtig stralend, rood, oranje, paars.
De liefde, jij kuste mij.
Zon, zee, zand.
Zwierend over de boulevard.
Rust, na een drukke week.
Krijtstreep wordt stoere jeans, mooie trui.
Bos, heide, avondrood.
Geuren van het leven prikkelen mijn zinnen. De zijden sjaal glijdt strelend
langs mijn huid.
vanavond maken we de stad onveilig.
Een zondagskind,
wie doet mij wat!
Heleen


